Wij voorzien ondernemers
op daadkrachtige en creatieve wijze
van specifiek advies en oplossingen
Finc Accountants staat ondernemers uit Midden-Brabant bij als partner op de volgende gebieden:

• Administratief
• Financieel
• Fiscaal - juridisch

Uw belang als ondernemer staat altijd centraal. Ons doel is om samen succesvol te ondernemen en verder te groeien.

Samen ondernemen? Contact »

Investeren in sportaccommodaties? Let op! Wijzigingen in btw-aftrek en subsidies

wo 7 november 2018 10:11

Veel sportverenigingen en gemeenten investeren in nieuwe sportaccommodaties. Aangezien sportverenigingen btw-vrijgestelde prestaties verrichten, kunnen sportverenigingen de btw op de investering niet in aftrek brengen. Verhuur van onroerende zaken is in beginsel btw-vrijgesteld, zodat ook dat geen recht op btw-aftrek oplevert als een gemeente, stichting of soortgelijke niet-winstbeogende organisatie investeert in een onroerende zaak en deze vervolgens verhuurt. Btw-belaste verhuur aan een sportvereniging is ook niet mogelijk, omdat de huurder (de sportvereniging) de onroerende zaak voor minimaal 90% moet gebruiken voor aftrekgerechtigde activiteiten.

Onder voorwaarden wordt de terbeschikkingstelling van een sportaccommodatie echter niet als 'verhuur van een onroerende zaak' aangemerkt, maar als het 'gelegenheid geven tot sportbeoefening'. Deze dienst is onder de huidige regelgeving (tot eind 2018) belast met 6% btw. Bij investeringen in sportaccommodaties wordt veel gebruikgemaakt van deze mogelijkheid, door de investering door de gemeente of een speciaal daarvoor opgerichte stichting te laten doen, en de accommodatie vervolgens met het benodigde aanvullend dienstbetoon aan de sportvereniging ter beschikking te stellen. Daardoor kan de btw (gewoonlijk 21%) op de investering volledig en ineens worden teruggevraagd, terwijl over de gebruikersvergoeding 6% btw wordt berekend.

Op basis van rechtspraak van het Europese Hof van Justitie is de Nederlandse regelgeving echter niet houdbaar. De btw-vrijstelling voor sportverenigingen geldt op basis van deze rechtspraak namelijk ook voor het ter beschikking stellen van een sportaccommodatie door organisaties die geen winst beogen en geen leden hebben, zoals stichtingen en gemeenten. In het Belastingplan 2019 is een uitbreiding van de btw-vrijstelling opgenomen. Deze uitbreiding houdt in dat niet-winstbeogende organisaties die sportaccommodaties ter beschikking stellen aan sportverenigingen of –stichtingen hiervoor onder de btw-vrijstelling vallen.

Stichtingen en dergelijke die sportaccommodaties ter beschikking stellen, hebben vanaf 1 januari 2019 geen recht op btw-aftrek meer. Dat betekent ook dat het opzetten van de hiervoor omschreven ‘sportstructuren’ niet langer zinvol is.

Subsidieregeling

Ter compensatie van het btw-nadeel dat ontstaat doordat de btw op de investeringen niet meer in aftrek kan worden gebracht, is een tweetal subsidieregelingen geïntroduceerd. Voor gemeenten geldt een andere regeling dan voor onder andere sportverenigingen en sportstichtingen. Dat betekent dat er verschillen zijn in subsidiepercentages, subsidievoorwaarden en de jaarlijks maximaal te vergeven subsidies.

Voor sportverenigingen en sportstichtingen geldt dat de subsidie 20% van de investering inclusief btw bedraagt met een minimumsubsidie van € 5.000 (minimuminvestering dus € 25.000 inclusief btw) en maximaal € 2.500.000 (voor subsidies vanaf € 12.500.000 inclusief btw).

Daarnaast kan nog een subsidie van 15% worden verkregen voor specifieke investeringen inclusief btw op het gebied van duurzaamheid en toegankelijkheid. Voor investeringen in LED-verlichting, zonne-energie of bijvoorbeeld een lift of automatische deur voor (sport)rolstoelgebruikers kan daarmee een subsidie van in totaal 35% van de investering inclusief worden verkregen.

De procedure is afhankelijk van de hoogte van de subsidie. De procedure voor subsidies tot € 25.000 is het eenvoudigst en voor subsidies vanaf € 125.000 het meest ingewikkeld.

Herziening

Volgens de wettelijke regels wordt het recht op btw-aftrek op investeringen in onroerende zaken (pas) na verloop van negen boekjaren na het jaar van ingebruikname volledig definitief. Ieder boekjaar na het jaar van ingebruikname moet meer dan 10% van de aanschaf-btw worden herzien. Alleen als het gebruik verschilt van het gebruik in het boekjaar van ingebruikname, leidt dat in beginsel tot een terug te betalen of terug te ontvangen bedrag.

Bij roerende zaken geldt hetzelfde, maar dan voor een periode van 4 boekjaren na het jaar van ingebruikname met een herziening van 20% per jaar. 

Op basis van de voorgestelde overgangsregeling in het Belastingplan 2019 hoeft vanaf 1 januari 2019 geen btw te worden terugbetaald (herzien) voor investeringen die vóór 1 januari 2019 in gebruik zijn genomen. Voorwaarde hiervoor is dat de herziening van btw (uitsluitend) het gevolg is van de wetswijziging.

Vragen over dit onderwerp, bel gerust met specialist Jaap Snelders via 0416-675150

Download PDF

Bekijk het complete nieuwsoverzicht
Deel dit bericht via:
Voor meer informatie over dit bericht:
Jaap Snelders LL.M RB
T 0416 67 51 50

Waarom Finc

Uw branche & úw onderneming centraal in onze dienstverlening
Pro-actief en transparant dat is samen ondernemen
Visie op korte en lange termijn actuele kennis van de regio
Daadkrachtig advies van toekomstgerichte specialisten

Meld u aan voor actuele nieuwsberichten